Water
Als eerste voedingsstof
noemen we water. Een lichaam kan weken zonder voedsel, maar hooguit drie
dagen zonder drinken. Honden bestaan voor twee derde uit water, en al
zijn weefsels zijn ervan doordrenkt. Zo wordt het gewicht van zijn
spiermassa voor wel 80% bepaald door water!
Een hond kan al zijn
vetreserves verbranden en de helft van zijn eiwitreserve, en toch in
leven blijven, maar als het dier een luttele 10% van zijn vochtreserves
verliest, volgt onherroepelijk de dood.
Water is voor de hond de
belangrijkste voedingsstof. (Dit geldt ook voor elk ander levend wezen.)
De dagelijkse vochtbehoefte
van een hond bedraagt ongeveer 60 ml per kg lichaamsgewicht (vaak zelfs
aanzienlijk meer, beïnvloedende factoren zijn bijvoorbeeld
omgevingstemperatuur, de mate van activiteit en fysiologische
omstandigheden zoals dracht en zoogperiode).
Voer
In Nederland bestaat geen slecht
hondenvoer meer. Er bestaan uiteraard wel goede en minder
goede voersoorten, maar zelfs dat zegt nog niet veel. De ene
hond kan het heel goed doen op een bepaald merk, terwijl de andere hond
het "er slecht op doet".
Voor- en nadelen
van verschillende voermethoden.
Belangrijk is dat u weet (of uitzoekt) wat uw hond lekker
vindt en hoe u hem kunt verwennen! Het is heerlijk om te
zien hoe uw hond staat te genieten van zijn eten. Het moet
vlot naar binnen gaan. Ook kunt u dan uw hond verleiden te
eten als hij eigenlijk niet wil, bijvoorbeeld als hij ziek
is en toch zijn voeding nodig heeft.
Allereerst: wanneer doet een hond het goed op voer?
Het is natuurlijk heel belangrijk om te weten waar men op
moet letten als men wil weten of de hond het "goed doet" op
bepaald voer.
-
De hond mag niet te dik of te dun worden. Bij een hond op
gewicht mogen de ribben niet duidelijk zichtbaar zijn, maar
moeten de ribben wél te voelen zijn als u er met de vingers
met zachte druk overheen aait.
-
De
vacht moet glanzen en glad zijn. Als de vacht dof is of
als er kale plekken in de vacht zitten, is dat een teken van
(beginnende) ziekte en/of ouderdom. Bij een verkeerde
voeding voor uw hond zien we vaak dat als eerste de vacht
dof wordt.
-
De
ontlasting van de hond is stevig, bruin van kleur en komt met
regelmaat. Te dunne ontlasting of te harde ontlasting is vaak een
gevolg van verkeerde voeding. Honden met een voedselintolerantie,
hebben vaak diaree. Hypo-allergeen voer kan dan een
uitkomst zijn.
Als de ontlasting een andere kleur heeft dan bruin,
bijvoorbeeld bijna zwart of groen, kunt u het beste even
langs een dierenarts gaan. Alleen het veranderen van voer
zal dan niet voldoende zijn.
Verder poept een hond gemiddeld één tot twee keer per dag.
Minder poepen kan eens een keer voorkomen, maar moet wel in
de gaten gehouden worden in verband met een mogelijke
verstopping van de darmen. Vaker poepen duidt op een te veel
aan afvalstoffen in het voer. De hond kan geen gebruik maken
van de voedingswaarden in het voer en poept deze dus uit.
-
De
hond is energiek, maar niet hyperactief. Sloomheid/lusteloosheid of
hyperactiviteit kán een gevolg zijn van verkeerde voeding. Let op!
Dit is zeker niet altijd het geval! Bij twijfel altijd uw dierenarts
raadplegen.
Met de pot mee eten
"Met de pot mee eten" en "kliekjes voeren" is niet
hetzelfde. Het is erg slecht voor een hond om alleen de
kliekjes te krijgen, omdat hij dan veel voedingsstoffen
mist. Vlees bijvoorbeeld, blijft zelden over, maar is een
belangrijk bestanddeel van het voer van een hond.
"Met de pot mee eten" wil dus zeggen dat de hond alles
krijgt, wat de mens eet: aardappelen, vlees en groente of
rijst met vlees of enzovoort. U heeft dan gewoon een extra
eter. Suikers (snoepgoed) zijn uiteraard uit den boze!
Honden kunnen erg goed omgaan met een teveel aan zout,
zolang ze voldoende drinkwater tot hun beschikking hebben.
Daar hoeft u zich dus geen zorgen over te maken, tenzij de
hond een nierprobleem heeft. Groenten moeten gepureerd
worden, omdat de hond er anders zeer weinig aan heeft, niet
alle soorten groenten zijn geschikt voor honden. Honden kunnen erg gevoelig reageren op kruiden, dus let daar mee op. Vet is ook geen probleem als de hond genoeg beweging
krijgt. Honden hebben meer vet in hun voeding nodig dan
mensen.
Het grootste nadeel van deze manier van voeren, is dat u
nooit de zekerheid hebt of uw hond genoeg goede
voedingsbestanddelen binnen krijgt. Het vergt veel kennis
van hondenvoeding om het goed te doen, zodat uw hond niets
tekort komt.
Blikvoer
Blikvoer bestaat voor ongeveer 80% uit water. Dat betekent
dat het een dure voedselbron is. Water uit de kraan is
immers goedkoper. Het voordeel hiervan is dat het voer goed
geaccepteerd wordt. Moeilijke eters willen vaak wel blikvoer
eten, maar geen brokken. Als het blik eenmaal open is, is
het voer beperkt houdbaar. Blikvoeders zijn vaak complete
voeders, waar niets aan toegevoegd hoeft te worden.
Brokken in alle soorten en maten
Er zijn veel verschillende fabrikanten die veel
verschillende hondenbrokken maken. Brokken voor pups, junior
honden, volwassen honden, senior honden, kleine honden,
grote honden, enzovoort.

Keuze te over en alle brokken zijn
goed van kwaliteit.
Geef pups niet te lang puppyvoer; vooral bij pups van grote
rassen kunt, al tamelijk snel overschakelen op voer voor volwassen honden. In puppyvoer zitten heel
veel eiwitten, waardoor uw pup te snel gaat groeien. Uw pup
kan beter gelijkmatig groeien in plaats van snel! Overleg
hierover met de fokker van uw hond. Deze heeft meestal al een jarenlange
ervaring met bepaald ras en kan u hierbij advies geven. Bij
verandering van voer is het verstandig om langzaam, in
ongeveer twee weken, overschakelen op het nieuwe voer door
het nieuwe voer te mengen met het oude voer.
Barf (=bones and raw food)
Barf is een aparte manier van het voeren van uw hond. Het
bestaat vooral uit rauwe botten met vlees en gepureerde groenten en
fruit.
Voor barfen is heel veel kennis van hondenvoeding nodig. Als u op
lange termijn een voedingsbestanddeel vergeet, kan dat grote
gevolgen hebben. Het geven van rauwe botten die compleet
opgegeten worden, is ook niet zonder risico's. De botten
kunnen in de keel blijven steken of de maag of darmen
perforeren. Natuurlijk gaat het heel vaak heel goed, maar
die ene keer dat het fout gaat, weegt niet op tegen die
honderd keren dat het goed gegaan is. Ook neemt deze methode
veel tijd in beslag, zowel om het te leren als om dagelijks toe
te passen. Als u veel tijd heeft en koken leuk vindt, is dat
natuurlijk geen nadeel, maar anders kan het wel eens
vervelend worden. Tot slot is het een dure manier van
voeren, als u het goed wil doen.
Het grote voordeel is, dat u precies weet wat uw hond
binnen krijgt (als u tenminste weet wat u doet.)
Voor meer informatie over Barf kunt u kijken op :
barfplaats.nl
Tussendoortjes
Natuurlijk wilt u uw hond ook wel eens iets tussendoor
geven, als beloning of gewoon om hem te verwennen. Daar is
helemaal niets mis mee, zolang u in de gaten houdt dat hij
niet te dik wordt. Als u hem bijvoorbeeld een grote kluif
geeft, geeft u hem gewoon diezelfde dag wat minder voer.
Geschikte tussendoortjes zijn niet alleen de hondensnoepjes
en kluiven die u in de winkel vindt, maar ook fruitsoorten,
zoals bananen en appels. Niet alle fruitsoorten zijn
geschikt voor honden. Druiven (en ook rozijnen) en de meeste
pitten in het fruit zijn bijvoorbeeld giftig.
Af en toe een paar noten, zoals pinda's of hazelnoten,
vinden honden ook heerlijk. Amandelnoten zijn giftig!
Yoghurt en kwark worden graag opgelebberd. Geef alleen niet
teveel, omdat uw hond anders diaree kan krijgen. Een paar
eetlepels op een dag is meer dan genoeg. Op een warme dag
kunt u de yoghurt invriezen en als ijsje geven!
Honden zijn ook dol op vis. Let er wel op dat er geen graten
meer in zitten. Tonijn in water uit blik is erg geschikt. Er
zijn ook hondensnacks met vis erin te verkrijgen. Ze vinden dit
heerlijk.
Overstappen op
een andere voeding
Als u over wilt
overstappen op een ander merk of ander soort voer meng dan het nieuwe voer
ongeveer
zeven dagen a 14 dagen door het voer wat u voorheen gebruikte. Zo stapt
u geleidelijk over. Doet u dit niet dan kan de darmflora van de hond
verstoord raken. De darmflora moet zich geleidelijk aanpassen aan het
nieuwe voer. Doet u dit niet dan krijgt uw hond last van zijn darmen wat
zich b.v. uit in diaree.
Koop het voer wat uzelf het beste
voor uw hond vind. Zorg
altijd voor voldoende en vers drinkwater.
Het is uit den boze om
vaak van voeding te veranderen: door te frequent te wijzigingen van
voeding kan de darmflora – bij honden veel gevoeliger dan bij de mens –
verstoord raken.
Het eetgedrag
van de hond
De kleur van de voeding is
belangrijker voor de baas dan voor de hond zelf (dat geldt trouwens ook
voor de 'stukjes' vlees en die 'leuke' groenten), maar heel anders is
het met de geur. Elke hondenbezitter zal vaststellen dat zijn viervoeter
eerst aan zijn voerbak snuffelt alvorens de inhoud op te eten. Het
reukvermogen van de hond is dan ook veel sterker ontwikkeld (tot wel
1000 keer) dan dat van de mens. Mede daarom speelt geur een belangrijke
rol bij de voedselkeuze van een hond. Een eenvoudige verstopping van de
neusholte vanwege een kleine verkoudheid, kan bij het dier al leiden tot
een aanzienlijke vermindering van de voedselopname. Als een hond niet zo
fit is, en niet zo goed wil eten, kan het wel een helpen om zijn voer
nat te maken, met lauwwarm water. De geur van het voer wordt versterkt.
Eetproblemen:
De hond eet niet.
Als uw hond niet eet kunnen daar tal van
oorzaken voor bestaan.
De meest voorkomende zijn:
-
Geslachtsdrift bij reuen in aanwezigheid van een loops teefje. Dit
loopse teefje hoeft nog niet eens bij u in de straat te wonen. Reuen
hebben een goede "neus" voor dit soort zaken.
-
Concurrentie om voeding wanneer een dominante soortgenoot de toegang
tot eten verbiedt.
-
Bederf en ander kwaliteitsverlies ten gevolge van het niet
zorgvuldig bewaren van de voeding.
In
voornoemde gevallen hoeft u geen dierenarts te raadplegen, maar moet u
het probleem oplossen. De geslachtsdrift verdwijnt weer. Kan soms wel
enkele weken duren!! U hoeft dus niet direct op ander voer over te
stappen. Het lost zich weer vanzelf op.
Bij
concurrentie moet u zorgen dat beide, of meerdere honden, allen goed te
eten krijgen, en ook de kans krijgen om te eten!!!
Bij
kwaliteitsverlies van het voer moet u dit weggooien, of indien het een
nieuw zak betreft, teruggeven aan de leverancier. U ontvangt dan een
nieuwe zak.
Uw hond
kan altijd wel eens een dagje wat minder fit zijn. Dit hebben wij mensen
ook. Maar houdt het aan dan dient u uw dierenarts te raadplegen.
Het verdient de
aanbeveling om in alle andere gevallen uw dierenarts te raadplegen als
uw hond niet eet.
De hond eet te veel
Honden die te veel eten -
aan boulimie leiden - zijn vaak bang voedsel tekort te komen
(concurrentie met andere honden). Vraatzucht kan echter ook verband
houden met neuro-hormonale storing, met verveling, met een ontoereikend
energieaanbod in het voer of met een verteringsprobleem. Door bij te
houden hoeveel en wat de hond eet, te letten op de mate van frequentie
van zijn ontlasting en gewichtsschommelingen en door een scherpe
observatie van het gedrag van het dier, kan de hondenbezitter de
dierenarts goed op weg helpen bij het bepalen van een diagnose.
De hond eet van alles
Wanneer een hond dingen
eet die niet eetbaar zijn, noemt men dat pica. Als het dier af en toe
gras eet, stelselmatig gevolgd door braken, dan heeft dat niets te maken
met een psychologisch probleem of voedseltekort. Ook niet met "het
reinigen van de darmen" (purgeren) zoals men vaak meent, het is niets
anders dan een gewoonte. Als uw hond dat vaker doet, duidt dat meestal
op het begin van een gastritis (ontsteking van het maagslijmvlies).
Echte pica zien we wanneer het dier muren en vloeren likt of aarde eet:
in het merendeel van de gevallen duidt dit op een depressie. Heeft uw
hond een depressie dan verdient uw hond extra aandacht en zorg. Vooral
zijn leefomgeving dient te worden herzien, meestal ligt hier het
probleem.