|
Opvoeding |
|||||
|
Even wat algemene gegevens over een hond en hoe en wanneer hij vertrouwd raakt met bepaalde dingen.
Levensfasen van de Hond:
Loopt vanaf de geboorte tot 2 weken oud. De pup doet voornamelijk niets anders dan drinken, slapen, warm blijven. Ogen en oren zijn nog dicht, reuk en tast is wel aanwezig. Belangrijk dat de pup regelmatig opgepakt wordt zodat deze vertrouwd raakt met de menselijke geur.
Loopt van 2 weken tot en met 3 weken oud. De ogen en oren zijn open, komen dus meer prikkels van de omgeving binnen, de pup kan ook al beter lopen en staan, begint met kwispelen. Rond de 19 dag gaan de ogen open, rond de 20 dag komen de tanden door.
Loopt van 3 weken tot 12 weken oud. Het is erg belangrijk dat de pup in deze periode alles leert/went/mee maakt wat hij/zij later ook tegen komt. Het gaat hierbij om het wennen (socialiseren) aan allerlei ervaringen zoals bus/trein/auto/fiets/ mensen/dieren/kinderen etc. Het is de periode dat de pup vertrouwd raakt met zijn 1: directe omgeving (gezin, soortgenoten) en vertrouwd raakt met zijn 2: leefomgeving (geluiden, dieren, auto, trein, kinderen, trimmer, dierenarts etc). De tweede periode (leefomgeving) loopt ongeveer van 7 weken tot ongeveer 12 weken. Met alles waarmee de pup nu kennis maakt op een positieve, niet angstige manier, zal de pup later als normaal beschouwen en accepteren. Ook wordt in deze periode de basis gelegd van de rangorde. Het is belangrijk om de pup dus ook te leren wat de regels thuis zijn en wat zijn/haar plek hierin is. Als je een pup gaat halen bij de fokker dan kan dit het beste op de overgang van de zevende week naar de achtste week. Dan staat als het ware de pup even stil (geestelijk) en kan er een zeer goede binding op treden met de nieuwe baas.
Deze wordt ook wel de angstfase genoemd. Loopt van 12 weken tot 6 maanden. In deze periode wordt ondermeer de rangorde bepaald, de hond wordt steeds ondernemender, zal grenzen gaan zoeken en overtreden. Het is erg belangrijk dat je wat je in de eerste periode (socialisatie) hebt aangeleerd en mee vertrouwd hebt gemaakt dat je daar mee door gaat. Een goede basis is erg belangrijk. De pups zijn erg gevoelig voor traumatische ervaringen, voorkom die als het kan, bescherm de pup dus.
Loopt van 6 maanden tot ongeveer 2 jaar. In deze periode zetten we de puntjes op de 'i '. Reuen beginnen met de poot op te tillen als ze gaan plassen, teefjes kunnen loops worden (vaak in de periode van 6 maanden tot ongeveer 9 maanden). Tot ongeveer 18 maanden zal de hond groeien, dan zijn de botten volgroeid en zullen alleen nog de spieren zich beter gaan ontwikkelen. De geestelijke groei loopt tot ongeveer 3 jaar.
Als de hond goed gesocialiseerd is liggen de principes vast en het is nu moeilijker de hond iets te leren. Je kunt de hond nog wel dingen leren , het zal echter meer geduld en tijd kosten.
Deze periode kan lopen van 8 jaar, de ene hond is al oud als hij 8 jaar is en de ander pas bij 12 jaar, dit kan enorm wisselen. Ouderdom komt meestal met gebreken en dat het lichamelijk wat minder gaat. Ook kunnen er gedragsveranderingen optreden. Hou de hond zo lang mogelijk actief, aangepast op het niveau/leeftijd. Mate van beweging Een zeer belangrijk punt bij de jonge opgroeiende pup is de mate van beweging en rust. Laat een jonge pup nooit te lang achtereen lopen; U kunt het beste beginnen met tien minuten enkele malen per dag. Beter 5 maal per dag 10 minuten dan 2 maal 1 uur. De pup mag zich niet oververmoeien. Als u een tuin hebt, waar hij vrij mag rond lopen, kunt u hem rustig zijn gang laten gaan. Hij gaat wel liggen als hij moe wordt en dan moet hij net zo lang kunnen blijven rusten als hij zelf wil. Als er kinderen zijn moet u erop letten, dat de jonge hond voldoende rust krijgt. Het is zo fijn om met het hondje te spelen en het hondje vindt het zelf ook leuk. Hij kan dan te moe worden. Ook niet met de jonge hond gaan fietsen. En dan trappenlopen: zeker tot de eerste verjaardag liefst geen trap laten lopen. Dan moet je de jonge hond zo min mogelijk laten springen. Samengevat: Alle activiteiten bij een pup beperken en erg langzaam opbouwen. Een pup mag ongeveer als hij 2 maanden oud is 10 minuten wandelen, daarna komt er per maand 5 minuten bij, dus een hond van 6 maanden mag 6 x 5 = 30 minuten wandelen, dus géén lange wandelingen in het bos of strand, duin, ook niet een uur mee nemen naar b.v de markt of de stad, deze indrukken zijn veel te veel voor een pup/jonge hond, geestelijk kunnen ze dat niet aan. Je kunt b.v. beter dagelijks even de stad bezoeken met de pup gedurende 5-10 minuten dan 1 x per week een uur. Voor fietsen geldt de regel: aantal maanden x 5 : 4 dus een hond van 6 maanden mag: 6 x 5 = 30 : 4 = 7,5 minuut naast de fiets lopen. Zijn ze eenmaal volwassen dan mogen ze net zo veel en net zo lang lopen als zijzelf én u het kunnen volhouden. Opvoeding: Als je een pup hebt aangeschaft, en je hebt nog nooit eerder of lang geleden een hond gehad, dan is het aan te bevelen om een puppy cursus te gaan volgen. Kijk in uw omgeving waar de hondenscholen zijn en ga eens een kijkje nemen. Op een hondenschool leren ze hond en baas hoe precies met de hond om te gaan en hem spelenderwijs te leren en te trainen. Een voorbeeld hiervan is dat u de hond gaat leren om te zitten en liggen, naar u toe te komen, u te volgen aan de riem. Een opvoeding heeft elke hond nodig. Opvoeding betekent regels waar de hond zich aan moet houden. Net als dat je een kind leert netjes met mes en vork te eten, leer je een hond niet te grommen bij de voerbak. Elke baas stelt andere eisen aan de opvoeding. Bepaalde regels zijn voor bijna elke hondenbezitter heel belangrijk om de hond te leren. Uitgangspunt bij alle honden is dat je als baas als roedelleider gaat en zult optreden. Als je je taak als roedelleider gaat verwaarlozen zal de hond dit gaan overnemen met als gevolg dat de hond kan gaan dreigen, grommen en bijten om zijn positie te waarborgen. De hond lijkt misschien niet meer op de wolf maar in zijn gedrag is er nog een nauwe verwantschap. Een goede baas is duidelijk, eerlijk en consequent, misschien streng maar rechtvaardig naar zijn hond toe, er zijn voor de hond duidelijke regels. Je hoeft niet altijd consequent te zijn, een roedellijder kan zich ook wel eens een wat losse houding permitteren zonder dat zijn leidersschap in gevaar komt. Hoe doen we dat dan, de rangorde bevestigen? Er zijn hier voor verschillende mogelijkheden zoals: gehoorzaamheidoefeningen, borstelen, voorop lopen, bepalen wanneer er gespeeld wordt en zelf het spelen altijd beëindigen en winnen, als eerste eten, hand over de snuit leggen, over de hond gaan staan, de hond niet op de bank, bed of stoelen laten, als eerste de deur uit gaan, hond hoort opzij te gaan voor de baas. Als je een hond hebt die niet dominant is dan zullen dit soort dingen geen probleem zijn en ook bij dominante honden hoeft dit ook geen probleem te zijn, het kan echter wel een probleem worden. Ongewenst gedrag altijd negeren en gewenst gedrag altijd belonen, kan met een beloning of een aai en je stem, niet het woord "Braaf" gebruiken, dit heeft geen aangename klank, zeker niet bij mannen, die hebben vaak al een lage stem, gebruik liever "goed zo". Opvoeden betekend eigenlijk het gewenste gedrag belonen en het ongewenste gedrag negeren. Een goede timing is essentieel, de beloning of straf moet op het juiste moment komen, d.w.z. binnen 1 tot 3 seconden. Voorbeeld: Je komt thuis en de hond heeft aan de trap gegeten, je straft de hond en de hond denkt dat de straf te maken heeft met jou thuis komen, een hond kan "schuldig" kijken maar hij reageert op de intonaties van je stem en niet de woorden die je zegt. Je kunt dit b.v. voorkomen door je hond in een bench te laten of zijn speeltjes/kluiven bij hem te leggen zodat hij niet aan de trap gaat kluiven, voorkomen is beter dan genezen.
Opspringen:
Bij begroeting zal je
hond de neiging hebben tegen je op te springen. Misschien vind je
dat soms wel gezellig en vrolijk, maar als hij modderpoten heeft
vind je dat waarschijnlijk minder plezierig. Maar voor je eigen heel
duidelijk de afspraak of de hond tegen je op mag springen of niet.
De hond kent namelijk geen verschil tussen vieze of schone poten, en
al helemaal niet dat hij met vieze poten niet mag springen. Het
afleren kan heel eenvoudig zijn, hou altijd je handen laag, een hond
komt altijd op je handen af. Draai hierbij ook altijd je hoofd weg,
je negeert hierdoor de aandacht die hij op dat moment wil hebben. Je
zegt niks en raakt hem ook niet aan. Blijft hij met vier poten op
de vloer staan dan is hij de braafste hond van de wereld en verdient
hij al je aandacht, maar je bukt hierbij naar de hond toe. Zodra je
merkt dat hij weer wil springen herhaal je het bovenstaande . Zodra
de hond merkt dat hij met op de vloer blijven meer aandacht krijgt
dan met springen, zal hij laag blijven.
Grommen bij de voerbak:
Een hond vind het niet leuk dat er mensen bij
zijn voerbak komen. Het is immers zijn eten. Maar door dat, dit soms
nodig is zou het fijn zijn hem dit aan te leren. Bij een pup is dit
heel makkelijk aan te leren, je kunt dit doen op de volgende manier:
Als de pup aan het eten is kun je zo af en toe
je hand in de voerbak doen, een pup zal dit nog accepteren. Ook laat
je de pup merken dat je een goede bedoeling hebt door af en toe iets
lekkers in de bak bij te geven. Je kunt ook een stukje worst in je
hand doen en je hand in de voerbak doen, en de pup uit je hand laten
eten. Door deze handelingen zal de pup het ook op latere leeftijd
blijven accepteren, en het volkomen normaal vinden dat jij met je
handen in zijn bak zit.
Voor volwassen honden:
Heeft je hond al behoorlijke problemen met de
voerbak, moet je dit voorzichtig opbouwen.
Bijvoorbeeld door hem zijn maaltijd in hele
kleine porties te geven. 'geweldig, iedere keer als de baas bij mijn
(nog lege) voerbak komt, komt er iets bij' En vaak nog iets
superlekkers ook!
Als dit goed gaat, kun je proberen de voerbak
te benaderen als deze bijna leeg is en iets, toe te voegen, eerst
eventueel iets erin gooien op een afstandje. Dit moet je vaak
herhalen maar na verloop van tijd zal de hond het accepteren.
Vernielen:
De meeste honden vinden het heerlijk om ergens
op te knagen. Pups hebben het zelfs nodig voor een goede
ontwikkeling van hun gebit. Zorg dan ook voor voldoende speeltjes
waarin de hond zijn tanden mag zetten. Als hij niets anders heeft,
is de kans groot dat je hond bijvoorbeeld aan het tapijt begint, of
aan een schoen of stoelpoot. Voorkom dus dat je hond aan verboden
dingen knaagt. Vertrouw je je hond niet, hou hem dan voortdurend in
de gaten. Als je ziet dat hij buitengewone interesse heeft in een
minder gelukkig voorwerp, lok je hem weg en bied je hem een
alternatief. Maak er even een spelletje van zodat het voorwerp ook
een beetje interessant is voor hem. Als je even niet kunt opletten
zet je je hond in een bench (kamerkennel) , of een ruimte waar hij
geen schade aan kan richten. Vernielen is bij volwassen honden vaak
een vorm van verveling, zorg voor voldoende leuk speelgoed, een van
die leuke hondenspeelgoedjes is de Activity Ball.
Uw hond en kinderen: Let Op: Geen enkele hond is hetzelfde in omgang met kinderen ! Dit betekent dat het uw taak is aan de kinderen uit te leggen dat ze misschien hun eigen hond zomaar kunnen aaien, Maar dit geld niet bij een hond die ze op straat tegenkomen. Niet elke hond is kinderen gewend, en er zijn honden die bang kunnen zijn voor kinderen. Dit kan komen doordat kinderen erg druk overkomen. Dit geld ook andersom: Als u met uw hond aan het wandelen bent, houd u er dan rekening mee dat er ook kinderen zijn die bang zijn voor honden. Het beste is uw hond kort te houden.
|
|||||
|
|